Heb je een enorme, verwilderde coniferenhaag in je tuin? Verwaarloosde coniferen zijn lastig te snoeien, want bij de meeste soorten is nieuwe groei uit oud hout onmogelijk. De enige uitzondering is de Taxus, die radicale snoei aankan. Bij andere coniferen, zoals Thuja of Levensboom, moet je uiterst voorzichtig snoeien om kale, bruine plekken te voorkomen.
Welke conifeer staat er in je tuin?
Voordat je begint met zagen, moet je weten met welke soort je te maken hebt. Dat bepaalt of een conifeer een grote snoeibeurt kan overleven. Net als bij verwaarloosde lavendel loop je bij sommige coniferen het risico de plant permanent te beschadigen als je in het hout snoeit.
De Taxus (Taxus) herken je aan de donkergroene, zachte naalden en de soms rode besjes. Deze soort heeft slapende knoppen op de stam en dikke takken. Een Taxus kan zelfs na zware snoei weer weelderig groen uitlopen.
Schubconiferen, zoals de Thuja (Levenseik), Chamaecyparis (valse cipres) en de populaire Levensboom, hebben schubben in plaats van naaldvormige bladeren. Deze soorten hebben geen slapende knoppen op oud hout. Als je voorbij de groene zone snoeit, blijft die plek voorgoed kaal en bruin.
Een verwaarloosde Taxus rigoureus aanpakken
Heb je geluk en staat er een verwaarloosde Taxus in je tuin? Dan kun je deze gerust flink terugsnoeien, zowel in de hoogte als in de breedte. Doe dit bij voorkeur stap voor stap, om de plant niet te veel te shockeren. Het kost namelijk veel energie om zo’n struik weer te laten aangroeien.
Snoei bijvoorbeeld het eerste jaar alleen de top en één zijkant terug tot op het kale hout. Het jaar erop doe je de andere zijkant. Gebruik voor dikke takken een scherpe snoeizaag of een stevige snoeischaar. Zorg voor schone sneden, zodat schimmels en ziektes minder makkelijk de plant binnenkomen.
De Taxus zal er na het snoeien een tijdje kaal en onverzorgd uitzien. Maar geen paniek: binnen een jaar of twee staat de haag weer vol met jonge, frisgroene scheuten en is hij dikker dan ooit.
De voorzichtige aanpak voor Thuja en Levensboom
Bij het snoeien van een verwaarloosde Thuja of Levensboom gelden andere regels. Deze soorten herstellen niet van snoei in oud hout. Je moet dus altijd niet verder snoeien dan de buitenste groene schubben. Is je haag te breed geworden? Jammer, dat los je niet op door hem flink terug te snoeien.
Wat kun je dan wel doen aan een verwilderde conifeer? Je kunt de haag voorzichtig ‘knippen’. Met een heggenschaar verwijder je alleen de buitenste groene puntjes. Door dit twee keer per jaar te doen, stimuleer je vertakking in de groene zone. Zo groeit de haag in ieder geval weer dicht.
Als een schubconifeer te groot is geworden en van binnen helemaal is afgestorven, is meestal vervangen de enige oplossing. Het verwijderen van een oude haag is een vervelend klusje, maar ook een kans om te beginnen met een nieuwe erfafscheiding die je vanaf het begin onder controle houdt.
Het beste moment voor deze klus
Timing is cruciaal bij het aanpakken van verwaarloosde tuinwerkzaamheden. Plan het snoeien op een bewolkte dag. Fel zonlicht direct na het snoeien kan de onderliggende, gevoelige naalden of schubben verbranden, met lelijke bruine plekken tot gevolg.
De meest geschikte maanden voor lichte snoei zijn mei, juni en september. Van plan om een Taxus een flinke verjongingssnoei te geven? Doe dit dan in de late winter, in februari of maart, zolang het niet vriest. De sapstroom komt kort daarna weer op gang en de plant kan direct beginnen met het aanmaken van nieuwe scheuten.
Coniferen helpen snel en gezond te herstellen na het snoeien
Een zware snoeibeurt betekent dat een conifeer erg hard moet werken. Je kunt de planten sneller laten herstellen door ze direct een flinke oppepper te geven. Strooi voldoende coniferen- of heggengrond rond de voet van de planten. Coniferen doen het het best in grond die licht zuur tot neutraal is en goed vocht vasthoudt. Geef de planten na het bemesten volop water, zodat de voedingsstoffen direct bij de wortels komen. Zorg ervoor dat de grond de weken erna niet kurkdroog wordt, zeker niet als het zomers warm wordt. Een dikke laag compost of boomschors rond de planten helpt de grond vochtig te houden en voorkomt dat onkruid de kale plekken rond de verjongde stammen van je heg binnendringt.
